‘Hoe kwam jij bij de hoofdredactie van WoS?’, vraag ik haar terwijl Joep een koffie en watertje voor ons neerzet. ‘Via de redactie’, zegt Annick; ‘Er werd naar meer structuur in de diverse publicaties gezocht, vooral de Woswijs; een heroprichting van een hoofdredactie leek daar de sleutel toe en dat leek me leuk om te doen’.

‘En jij?’ luidt de wedervraag. ‘Ik was bezig met een column voor Luchtvaartnieuws Magazine en wilde Wings of Support aanhalen. Terwijl ik zocht op de WoS site voor informatie, stuitte ik op de vacature voor een hoofdredacteur. Dat leek me onwijs leuk om te doen nu ik na pensionering veel meer tijd beschikbaar heb, gek ben op taal, en naast al ‘eeuwen’ donateur nu ook de handjes kan laten wapperen; al is het over een toetsenbord en op wat grotere afstand van al die projecten’.

Ineens staat Annette er. Annick en ik hadden mazzel dat we haar deze middag konden ‘vangen’, want de VNC (Vereniging Nederlands Cabinepersoneel) laat deze vrouw met al haar ervaring en kennis maar moeilijk los. Bovendien staat zij op het punt met vakantie te gaan. Weinig tijd dus. Fijn dat ze er is, zodat we onze vragen op haar kunnen afvuren.

‘Wie is Annette Groeneveld’ willen we graag weten. Ze blijkt een bijna generatiegenoot van mij te zijn (over haar leeftijd praten we niet, maar ik ben 62) die al sinds haar jeugd met haar man samen is; in Leimuiden woonachtig en net als Senior Purser van de Vrijwillige Vertrekregeling gebruik heeft gemaakt. Natuurlijk is ze bekend als voorzitter van die VNC, maar met die positie gestopt en vandaar nu de ruimte om haar kennis en kunde mee te nemen in zo’n zelfde functie bij Wings of Support. ‘Waarom Wings of Support?’ is dan de logische vervolgvraag. ‘Ik heb vanuit de VNC in onderhandelingen met de KLM veelvuldig te maken gehad met Miriam Kartman waarbij we elkaar eigenlijk heel goed konden vinden, en Miriam attendeerde me vriendelijk doch ‘resoluut’ op het vrijkomende voorzitterschap bij WoS. Dat viel mooi samen met m’n VVR en het VNC afscheid; een soort naadloze overgang. Als donateur was ik al lange tijd verbonden aan WoS’. Er ontwikkelt zich een mooi driegesprek waarin, tussen de drankjes door, van alles over tafel rolt en we vanzelfsprekend vooral Annette aan het woord laten. Het gaat van duurzaamheid tot houtvuurtjes, via een enkele euro tot tonnen; naar individuele donateurs tot de groep tientjesleden. Over hoe lastig het kan zijn een bonnetje uit de derde wereld te krijgen tegenover de dwingende blikken van de accountancy; hoe je je hart ongeremd wil laten spreken voor die vaak kansarme kinderen, tegenover de persoonlijke aansprakelijkheid van een stichtingsbestuur zoals die heden ten dage geldt. Er komt veel aan bod waarbij steeds duidelijker wordt dat Annette naast een schat aan ervaring en, netwerk; ook realisme, respect en vriendelijkheid meeneemt. Ik vraag Annette ook nog of ze op de hoogte is van de ge- en verschillen die al een poosje binnen de gelederen van WoS spelen. Dat is ze en daar ziet ze ook een taak: ‘de neuzen weer dezelfde kant op krijgen’.