Marlies: “De reguliere noodhulp hield in dat als je iets schrijnends hoorde of zag tijdens een projectbezoek, je daar onmiddellijk 500 euro voor kon krijgen, zonder overleg en met verantwoording achteraf, bijvoorbeeld bij een overstroming of brand. Mensen hebben dan acuut hulp nodig. Door corona hebben we ons dubbel aangepast. Ten eerste is het bedrag verhoogd en ten tweede geven we in plaats van structurele hulp om mensen zelfvoorzienend te maken, zoals onderwijs en onderdak, nu vooral geld om te overleven. In eerste instantie hadden we in overleg met de financiële commissie een potje van 50.000 euro gereserveerd voor deze hulp, in afwachting van wat er zou gebeuren en met het idee dat het binnenkort wel over zou zijn. De pot is inmiddels verhoogd tot 125.000 euro. Al is het niet ons beleid om geld te geven, we doen het wel. Het is een verschrikkelijke tijd, het is niet anders. Bovendien geven we ons normale budget ook niet uit aangezien de meeste projecten geen doorgang vinden. Het is een combinatie van factoren die maakt dat wij dit doen: de vraag is buitengewoon, maar absoluut noodzakelijk en je wilt als stichting geen geld overhouden.”

Michael vult aan: “In normale tijden geven we veel structurele hulp en mondjesmaat noodhulp. Door de wereldwijde crisis is deze situatie omgedraaid, is het te vergeven bedrag en totale budget voor noodhulp verhoogd en noemen we het corona gerelateerde hulp.” “Het onderscheid is niet altijd zwart-wit”, zegt Marlies. “Een school in Quito (Equador) vraagt bijvoorbeeld geld om zich aan te passen aan de coronarichtlijnen zodat zij weer open kunnen. Dit begint alweer te lijken op de structurele hulp van WoS.” “Het blijft zoeken naar balans want we willen niet ons gehele budget spenderen aan coronahulp in de zin van geld voor voedsel”, wil Michael nog kwijt. “We weten dat sponsoren en donateurs om bepaalde redenen WoS steunen en daarom is het budget voor deze hulp gelimiteerd en stimuleren we de doorgang van gewone projecten.”